-A +A

Terre-Neuvas vissers

Kabeljauw vissers in Newfoundland

Het vissen naar kabeljauw werd tijdens de 16e eeuw gestart en kende zijn hoogtepunt tijdens de 19e eeuw. Zo'n vijf eeuwen lang vertrokken Franse vissers elk jaar naar de zandbanken van het eiland Newfoundland uit de kust bij Canada. Saint-Malo was een belangrijke haven voor de Newfoundlanders. De laatste Terre-Neuvas expeditie was in 1951.

Vissen naar kabeljauw

Het vissen naar kabeljauw vormde een belangrijke economische activiteit. De grote visvangst vond plaats langs de zandbanken op zee. Er waren twee typen visvangst: de vangst naar "groene" kabeljauw, wat de zwervende vangst werd genoemd en de vangst naar "droge" kabeljauw, waarbij uit de wind en zeestromingen werd gevist. De werkomstandigheden in de kou en het vocht waren uiteraard erg zwaar.

Vissen naar "groene" kabeljauw

De schepen vertrokken voor een visseizoen van 6 tot 7 maanden met een bemanning van zo'n dertig man. De schepen namen de zogenoemde "doris"-bootjes mee, die gemakkelijk opgestapeld konden worden op het achterdek.

Eenmaal bij de zandbanken aangekomen werden de "doris"-bootjes in zee gelaten met twee man bemanning, waarbij de hele dag met de stroom mee gevist werd. Eenmaal gevangen werd de kabeljauw op de boot schoongemaakt, gezouten en gestapeld. Deze vis werd de "groene kabeljauw" genoemd.

Vissen naar "droge" kabeljauw

Bij deze vistechniek moesten zo'n honderd bemannigsleden op de boot inschepen. Eenmaal ter plaatse legden ze anker in een haven van Newfoundland en bouwden ze barakken aan land om de vis voor te bereiden en op te slaan. Ze leefden in deze sobere onderkomens.

Elke avond werd de vis aan land gebracht om te drogen op het kiezelzand. Hierdoor kon de vis beter bewaard worden en was in betere staat bij terugkeer in Frankrijk en voor de export naar de Middellandse Zee.

"Môle des Noires"

Heeft u die lange dijk bij de ingang van de haven van Saint-Malo gezien? Die wordt de "Môle des Noires" genoemd. Volgens de legende kwamen vrouwen van verloren gegane zeemannen hier moedeloos kijken of hun man nog terug zou komen.

Wanneer een bemanningslid stierf aan boord werd zijn lichaam in zee gegooid. Volgens de wet mocht het lichaam niet meer dan 24 uur na het overlijden aan boord blijven. Het stoffelijk overschot werd dan ook in een juten zak met stenen te water gelaten.

Op het achterdek van het schip werd dan middels een opgezegd gebed door de kapitein een soort ceremonie gehouden, voordat de andere bemanningsleden de opdracht kregen om het lichaam overboord te werpen. Vrouwen van overleden zeelieden kregen dus nooit het lichaam terug van hun overleden echtgenoot.

"Doris" wedstrijden

Vandaag de dag worden er tijdens feesten en zomerevenementen zoals in Saint-Suliac aan de oevers van de Rance zogenaamde "doris" wedstrijden gehouden. Een "Doris" is een bootje met platte bodem, met een lengte van 5 tot 6 meter. Deze van oorsprong Amerikaanse bootjes werden gebruikt om het vertrek van de stranden te vergemakkelijken.

Vervolgens werden ze gebruikt bij het vissen naar kabeljauw in Newfoundland, waarbij twee schippers lijnen gingen uitzetten. Na de verdwijning van de Terre-Neuvas vissers is dit bootje dienst blijven doen als "manusje van alles" boot in de streek van Saint-Malo. Sommigen van deze bootjes zijn uitgerust met een zeil en een fok.

Ontmoeting met een "Terre-Neuvas" visser

Breng een bezoekje aan het museum over de Terre-Neuvas vissers in Saint-Malo. Hier zijn reconstructies te vinden van het leven aan boord van deze Newfoundlanders: de stuurhut van een trawler, een radio cabine, een bemanningspost en zelfs een matrooscabine…

Maar u wordt vooral verwelkomd door oude Newfoundlanders die hun ervaringen en verhalen over het vissen naar kabeljauw graag met u willen delen.